nieuws sparen

Negatieve rente voor sparen

De Duitse internetbank Skatbank had de primeur in Duitsland door een negatieve rente voor sparen te geven aan particulieren. In Nederland wordt dit ook wel gedaan door banken maar dan alleen bij grote marktpartijen. Ook de Staat heeft al verscheidenen malen tussen 2012-2014 staatobligaties uitgegeven met een negatieve rente. Dit komt doordat de rente bij de Europese Centrale Bank (ECB) historisch laag staat. De banken kennen bijna gratis geld lenen (0.5%) bij de ECB. Hierdoor hebben de banken maar weinig rentevergoeding over voor particulieren met geld op een spaarrekening. Sparen loont niet meer en kan zelfs geld gaan kosten.

Belastingdienst & spaarrente

Degenen die een leuke som op hun spaarrekening hebben zien veel rente verdampen. De belastingdienst gaat bij hun heffing (30%) op het spaargeld nog steeds uit van 4% rente…Dit komt neer op 1.2% wat mensen moeten afdragen aan de belastingdienst. Er is een vrijstelling voet van iets meer dan €21.000 p.p. Een gezin mag dus belastingvrij €42.270 op de spaarreking hebben. Senioren hebben een ruimere belastingvrije voet.
Komt je spaargeld boven die voet dan is de heffing 1.2%. In het begin van 2014 was de allerhoogste rente op een spaarrekening bijna 2%.
De hoogste rentevergoeding in januari 2015 is 1.6% bij Argenta en Knab. Banken als de ING en ABN AMRO keren slechts 1.0% uit op een spaarrekening. Triodos Bank sluit de rij met 0.4% spaarrente. Mensen die hun spaargeld vastleggen voor een langere termijn krijgen de hoogste vergoeding. Knab keert 1.60% rente uit bij eenjarige deposito’s.

Einde bankgeheim

Eind 2014 werd bekend dat het bankgeheim in de Europese Unie zal gaan verdwijnen. Afgesproken is dat in de tweede helft van 2017 de lidstaten automatisch financiele gegevens gaan uitwisselen van spaartegoeden. Vanaf 1 januari 2015 worden al automatisch gegevens uitgewisseld van inkomen, pensioen en ontroerend goed. Ook Amerika maakte zich sterk bij andere landen om financiele gegevens van Amerikaanse spaartegoeden te overhandigen.
Hierdoor voelen Oostenrijk, Luxemburg en Zwitserland zich genoodzaakt mee te gaan werken met de Europese overheden.